Geachte clubleden,

Leuk dat jullie zo positief hebben gereageerd op het schrijven over knie instabiliteit. Bij veel clubs is het stukje geplaatst in hun clubblad of op de website.
Een punt dat veel naar voren is gekomen bij de reacties is dat er meer is gesproken over revalideren dan over voorkomen. Daarom in dit stuk meer achtergrond over het voorkomen van klachten. Uiteraard heeft dat te maken met zaken als schoeisel, ondergrond, weersomstandigheden etc. Een van de belangrijkste factoren die te maken hebben met het ontstaan van blessures is het lichamelijk/ geestelijk niet goed zijn voorbereid. Dit kan gevolg zijn van een gestresste werkweek, ruzie thuis, een griepje onder de leden, maar meestal heeft de sporter een te laag niveau van belastbaarheid, de getraindheid ( dat wat het lichaam aan kan). En sport op welk niveau dan ook, is altijd een zoeken naar de balans tussen de opgelegde belasting en de belasting die het lichaam aan kan. Wordt de belastbaarheid overschreden bijv. door een tackle of een verkeerde beweging dan raakt de overbelaste structuur geblesseerd.
Om wat meer inzicht te krijgen in het belasting-belastbaarheidsmodel, wordt hier nu naar gekeken vanuit de theorie van de trainingsleer. Trainingsleer is de wetenschap die zich bezig houdt met trainen van allerlei motorische grondeigenschappen, zoals: uithoudingsvermogen, kracht, snelheid, lenigheid, maar ook tactiek en het mentale aspect van de sport. Het trainen van eigenschappen met als doel de belastbaarheid van diverse systemen te verhogen gebeurd vanuit een aantal wetmatigheden.
Deze 5 wetmatigheden zijn:

1. wet van de specificiteit
2. wet van verminderde meeropbrengst
3. wet van de supercompensatie
4. wet van de reversibiliteit
5. wet van de overload

Ad 1. De wet van de specificiteit gaat over de relatie tussen trainingsvorm en datgene waarvoor je traint. Een 100 meter loper zal trainen op korte sprintonderdelen, een lange duurloop of een stuk fietsen zijn voor zijn belasting niet specifiek. Voor een teamsport als hockey kan een partijtje voetbal vanuit een tactisch oogpunt dus wel nuttig zijn, technisch gezien is het niet zinvol. De trainingsvorm moet passen bij de uiteindelijke sportvorm. Het lichaam moet hierdoor hoger belastbaar worden in de sportvorm.

Ad 2. De wet van de verminderde meeropbrengst geeft aan dat er een afnemend rendement is bij gelijke trainingsprikkels. Wil je toch effectief blijven trainen ( zodat het lichaam zich blijft aanpassen), dan is het belangrijk om binnen de trainingsopbouw veel te variëren in zowel intensiteit, omvang als oefenvormen.

Ad 3. De wet van de supercompensatie geeft aan dat er na elke belastingprikkel een fase van herstel dient te zijn, waarin het lichaam zich aanpast om een volgende belasting beter aan te kunnen. Binnen de sport wordt de verhouding arbeid-rust vaak uit het oog verloren. Een mooi voorbeeld hiervan is de malaise binnen de schaatswereld ( begin maart 2001) waar diverse atleten door te veel selectiewedstrijden zodanig overbelast zijn, dat de pijp leeg is.
Supercompensatie bestaat uit 3 fasen:
1. belastingfase met beschadigingen op microniveau en legen van de brandstofdepots
2. herstelfase door voeding en lichaamseigen hormonen ( denk hierbij bijv. aan gebruik doping). Afhankelijk van het belaste lichaamssysteem duurt deze fase enkele minuten tot enkele dagen.
3. de supercompensatiefase waarin lichaam zich voorbereidt op het beter kunnen ondergaan van een soortgelijke prikkel.
Belangrijk in het kader van blessurepreventie is dus het rekening houden met deze wet. Twee wedstrijden in het weekend is voor de meeste sporters teveel van het goede, de eigen belastbaarheid wordt overschat, met als gevolg meer kans op blessures.

Ad 4. De wet van de reversibiliteit zegt dat een verkregen trainingseffect niet blijvend is, als de belastbaarheid niet wordt onderhouden dan zakt het lichaam weer af naar het basisniveau. Vooral na een paar weken vakantie of ziekte is dit gegeven belangrijk. Maar denk hierbij ook aan de "rustperiode" na afloop van het seizoen en het er weer volop tegenaan gaan als het seizoen begint. Door de afgenomen belastbaarheid en de vaak veel te snelle opbouw in belastingen wordt de basis gelegd voor blessureleed later in het seizoen.

Ad 5. Het overloadprincipe: een trainingsprikkel heeft pas effect als het grensoverschrijdend is, m.a.w. er moet voor het te trainen systeem een uitdaging zijn. Zo komt het lichaam via de supercompensatie in een toestand van hogere belastbaarheid.

Sturing van de training kan gebeuren door tijdens de trainingen in de gaten te houden wat er met het lichaam gebeurt. Bijv. gebruik van hartslagmeters, meten van melkzuurwaarden. Dit zijn methoden die niet voor iedereen zijn weggelegd. Zelf de hartslag meten tijdens de activiteit kan een heel goede indicatie geven. De ochtend na een training moet de hartslag weer op normaal rustniveau zijn. Is de hartslag 10 slagen hoger 's ochtends dan normaal dan is het lichaam nog niet hersteld. Intensief sporten in die fase brengt een hoger risico voor blessures met zich mee; uiteindelijk kan het lichaam overtraind raken.
Training brengt met zich mee dat het hartslagvolume groter wordt, hierdoor pompt het hart meer bloed rond tijdens inspanning, de longinhoud wordt groter waardoor er meer zuurstof opgenomen kan worden, de bloedvoorziening in de spieren gaat omhoog ( de zgn. cappilarisatie) waardoor de zuurstof beter verdeeld wordt en de verbranding effectiever wordt ( meer vetverbranding tov. koolhydraatverbranding).
Als je gaat sporten moet je dus voor jezelf checken of er geen verhoogt risico is om geblesseerd te raken, hier dien je de sportinspanning op aan te passen.
Ben je vaak geblesseerd dan kan bovenstaand verhaal wellicht wat duidelijkheid verschaffen in het waarom van het geblesseerd raken, en hoe het te voorkomen in de toekomst, door relaties te leggen met de trainingsopbouw of het gebrek aan training.

Interessante informatie over dit onderwerp kun je verder vinden op Internet onder : "Trainingsleer", (zoekmachine Google)

Verder literatuur: J. Weineck: Trainingsleer
Fox & Matthews: Fysiologie van de lichamelijke opvoeding
Voor vragen: kennemerland@planet.nl
Frank Versteeg

Sportrevalidatiecentrum Kennemerland
H. Swarthstraat 12
2024 HB Haarlem
023 - 5259673